De omertelling als transformatie

De Omertelling is de tijd tussen het Feest van Eerstelingen (de dag waarop Yeshua opstond uit de dood) en het Feest van Sjavoeot (of Pinksteren). Het is een periode van 49 dagen, waarbij de vijftigste dag het Bijbelse feest van Sjavoeot is.
49 (7 maal 7) staat voor de herprogrammering van de schepping. Na 49 dagen ontvingen de apostelen de Heilige Geest. Na 49 jaar vond het jubeljaar plaats, waarin slaven hun vrijheid terugkregen, iedereen terugkeerde naar zijn bezittingen en het land rust vond (er werd niet gezaaid of geoogst).
Tijdens de Omer-periode vraagt JHWH ons de dagen te tellen (Leviticus 23:16). Wanneer de Bijbel ons vraagt te tellen (dagen of mensen), duidt dit op iets dat gekoesterd moet worden. Het tellen van het volk laat bijvoorbeeld zien dat ieder mens telt voor JHWH.
Gedurende deze periode denken we bewust na over de gave van de Geest die we ontvangen. Ook de apostelen hadden deze missie: wachten en zich voorbereiden op de kracht die op hen zou neerdalen.
Dit is een tijd van onderzoek. Een tijd waarin we, bevrijd uit ons Egypte, ons voorbereiden om de uitrusting (de Geest) te ontvangen die ons in staat stelt om voor het Koninkrijk te werken, in gehoorzaamheid aan de instructies van onze Koning.
Dit is een tijd van transformatie. Nadat we met Pesach uit onze cocon waren gekomen, werden we rupsen. En gedurende deze Omer-periode worden we geroepen om ons voor te bereiden om vlinders te worden die met de Heilige Geest kunnen vliegen. Het wegnemen van de dingen die ons belemmeren om getransformeerd te worden – dat is onze missie. Voor ieder is dat anders. Maar het is belangrijk om na te denken en te bidden om te herkennen wat ons van God scheidt. Materiële zaken? Ongezonde verlangens? Trots, egoïsme, onreinheid? Of iets anders?
Laten we bidden dat we geheiligd mogen worden en dat we een waardig instrument mogen zijn om deze kracht van de Geest te ontvangen!